Ziektes/afwijkingen

Over de gezondheid van de Maine Coon doen allerlei wilde verhalen de ronde. Maine Coon fokkers zijn al van begin af aan zeer betrokken bij de gezondheid van het ras en voeren gezondheidstesten uit voor bekende problemen alvorens te fokken. Juist doordat er veel getest wordt, blijken aandoeningen bij de Maine Coon niet vaker, of zelfs minder vaak, voor te komen.

Fokkers testen regelmatig op HCM, PKD. HD en Patella Luxatie, maar deze afwijkingen komen niet vaker voor dan bij andere kattenrassen.

 

Er zijn enkele erfelijke aandoeningen bekend die in meerdere kattenrassen voorkomen. Een

voorkomende afwijking bij onder andere Maine Coons is Patella luxatie (PL). Dit is een aandoening

aan de knieschijf bij de achterpoten. In ernstige gevallen kan een kat hier kreupel van worden. PL

is erfelijk en er wordt geprobeerd deze aandoening uit het ras te fokken.

 

Hypertrofische cardiomyopathie (HCM) is een aandoening aan de hartspier. Deze aandoening komt bij veel kattenrassen voor en ook bij de Maine Coon. Mogelijke symptomen zijn een

snelle ademhaling of benauwdheid. Met een stethoscoop kan een hartruis geconstateerd worden.

De kat kan weinig of slecht eten en kan zelfs verlammingsverschijnselen aan de achterpoten

krijgen. Soms is een plotselinge en onverwachte dood mogelijk, zonder dat er eerder symptomen

gezien zijn. HCM is niet te genezen, maar medicatie en voeding kunnen een kat met HCM

ondersteunen. HCM kan erfelijk zijn, maar dit hoeft niet. Fokkers voeren DNA testen uit om HCM uit het ras te fokken. Echter ook een kat die HCM vrij is op DNA testen kan HCM ontwikkelen. Door middel van een echo kunnen tekenen van HCM opgespoord worden. Deze test biedt geen garantie op het uitblijven van HCM in de toekomst.

 

Spinale Musculaire Atrofie (SMA) is een erfelijke en aangeboren spieraandoening, waarbij iets mis

is met de aansturing van de spieren. Op een leeftijd van 8 – 12 maanden lijkt de situatie zich te

stabiliseren, maar de ernst van de aandoening zal per dier verschillen. Er bestaat geen medicatie.

Er is een DNA test beschikbaar om de ouderdieren te laten testen.

 

Bij het fokken met een Maine Coon kan een probleem met bloedgroepen optreden. Bij katten

bestaan er drie soorten bloedgroepen, waarbij bloedgroep A de meest voorkomende bloedgroep

is. Bij Maine Coons is er een kleine populatie die bloedgroep b heeft. Als er gefokt wordt met

dieren waarbij de ene ouder bloedgroep A heeft en de andere ouder bloedgroep b, dan bestaat de

kans op Neonatale Isoerythrolyse (NI). Hierbij kunnen de pasgeboren kittens sterven na het

drinken van moedermelk. Door vooraf te laten testen welke bloedgroep de ouderdieren hebben,

kunnen problemen voorkomen worden.